Surseance van betaling
29. Surseance van betaling
a. Hetgeen in deze richtlijnen wordt gezegd over het faillissement en over de curator, is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op de (voorlopige) surseance en de daarin benoemde bewindvoerder(s).
b. Het verzoek tot het verlenen van surseance van betaling moet ondertekend zijn door een procureur en de verzoeker zelf. Daarbij zullen dezelfde stukken gevoegd worden als hiervoor vermeld ten aanzien van natuurlijke personen, vennootschappen c.a. en rechtspersonen, echter met uitzondering van een aandeelhoudersregister en een uittreksel uit de notulen van de vergadering van het bedoelde bevoegde orgaan. De staat van baten en lasten bevat een lijst van crediteuren.
c. Indien het verzoek en de bijlagen aan de in de wet alsmede deze richtlijnen gestelde eisen voldoet, kan de voorlopige surseance van betaling zonder mondelinge behandeling onverwijld worden uitgesproken. In de beschikking wordt in verband met de definitieve verlening van de surseance van betaling een crediteurenvergadering bepaald op een termijn van twee tot vier maanden.
d. Ongeveer zes weken voor de datum waarop de crediteurenvergadering volgens de beschikking van de rechtbank zal plaatsvinden, deelt de bewindvoerder aan de rechter-commissaris mee of deze inderdaad doorgang zal vinden. Zo ja dan verstrekt de bewindvoerder een recente bijgewerkte genummerde crediteurenlijst met namen en volledige adressen en postcodes alsmede -zo mogelijk -adresstickers. Bij afwezigheid daarvan wordt in beginsel aangenomen dat de sursiet zelf zorg draagt voor verzending van de noodzakelijke stukken.